Wat wij geloven?
         

De zevende-dags adventisten aanvaarden de bijbel als hun enige credo en geloven dat bepaalde fundamentele geloofspunten de leer van de heilige schrift samenvatten. Deze geloofspunten, zoals ze hierna volgen, zijn de neerslag van het denken van de kerk en een weergave van de leer van de schrift. Een herziening van deze punten mag verwacht worden tijdens een generale conferentie, als de kerk door de heilige Geest tot een beter verstaan van de bijbel wordt geleid of betere woorden vindt om de leer van Gods heilig woord uit te drukken.

De heilige schrift, het oude en nieuwe testament, is het geschreven woord van God, door goddelijke inspiratie overgeleverd aan ‘heilige mensen Gods’, die in hun spreken en schrijven gedreven werden door de heilige Geest.

God de eeuwige Vader is de Schepper, de Bron, de Onderhouder en de Heerser over al het geschapene. Hij is rechtvaardig en heilig, genadig en barmhartig, traag tot toorn en rijk aan niet aflatende liefde en trouw.

Door hem werd alles geschapen, werd het karakter van God geopenbaard, de redding van de mensheid tot stand gebracht en de wereld geoordeeld. Voor eeuwig waarlijk God, werd hij ook waarlijk mens: Jezus, de Christus.

God de eeuwige Geest was met de Vader en de Zoon werkzaam in de schepping, vleeswording en verlossing. Hij inspireerde de schrijvers van de bijbel. Hij vulde Christus’ leven met macht.

God is de Schepper van alle dingen en heeft in de schrift het waarachtige verslag van zijn scheppend werken geopenbaard. In zes dagen heeft de Heer ‘de hemel en de aarde’ en alle levende wezens op aarde gemaakt, en op de zevende dag van die eerste week heeft hij gerust.

Man en vrouw werden naar het beeld Gods geschapen met persoonlijkheid, macht en vrijheid om te denken en te doen. Elk mens is een ondeelbare eenheid van lichaam, ziel en geest.

De hele mensheid is nu betrokken in een grote strijd tussen Christus en satan aangaande het karakter van God, zijn wet en zijn heerschappij over het universum. Dit conflict begon in de hemel, toen een geschapen wezen, begiftigd met vrijheid van keuze, in zelfverheffing tot satan, Gods tegenstander, werd, en een deel van de engelen tot opstand aanzette.

In Christus’ leven van volmaakte gehoorzaamheid aan Gods wil, zijn lijden, dood en opstanding, heeft God voorzien in het enige zoenmiddel voor de zonde van de mens, zodat zij die door het geloof deze verzoening aanvaarden, eeuwig leven mogen ontvangen, en de hele schepping de oneindige en heilige liefde van de Schepper mag verstaan.

In oneindige liefde en genade heeft God Christus—die geen zonde gekend heeft—voor ons tot zonde gemaakt, opdat wij zouden worden gerechtigheid Gods in hem. Door de Geest geleid, beseffen we onze tekortkomingen, erkennen wij onze zondigheid, hebben wij berouw over onze overtredingen en oefenen wij geloof in Jezus als Christus en Heer, als plaatsvervanger en voorbeeld.

tijdens zijn dienstwerk op aarde de demonische geesten onderwierp, heeft hun macht gebroken en hun uiteindelijke ondergang verzekerd. Jezus’ victorie geeft ons de overwinning over de boze machten die ons nog steeds in hun ban willen houden, als wij met hem wandelen in vrede en vreugde, verzekerd van zijn liefde.

De kerk is de gemeenschap der gelovigen die Jezus Christus als Heer en Heiland belijdt. In aansluiting op bet volk van God in oudtestamentische tijden, worden we uit de wereld geroepen en komen wij samen om te aanbidden, om de verbondenheid met elkaar te beleven, onderricht te worden in bet woord, om de maaltijd des Heren te vieren, de gehele mensheid te dienen en het evangelie aan de hele wereld te verkondigen.

De algemene kerk bestaat uit allen die waarachtig in Christus geloven. In het laatste der dagen, een tijd van algemene afval, is een ‘rest’ ertoe geroepen om de geboden Gods en het geloof van Jezus te houden.

De kerk is één lichaam met vele leden, geroepen uit alle natie, geslacht, tong en volk. In Christus worden we een nieuwe schepping; onderscheid in ras, cultuur, ontwikkeling en nationaliteit, en verschillen tussen hoog en laag, rijk en arm, mannelijk en vrouwelijk, mogen geen verdeeldheid onder ons teweegbrengen.

In de doop belijden wij ons geloof in de dood en opstanding van Jezus Christus en betuigen onze dood voor de zonde en ons voornemen in nieuwheid des levens te wandelen. Zo erkennen wij Christus als Heer en Heiland, worden zijn volk en worden wij door zijn kerk als leden aanvaard.

De maaltijd van de Heer is het deelnemen aan de tekenen van het lichaam en bloed van Jezus als een uitdrukking van het geloof in hem, onze Heer en Heiland. In deze ervaring van gemeenschap is Christus aanwezig om zijn volk te ontmoeten en kracht te geven.

God schenkt aan alle leden van zijn kerk-van-alle-eeuwen geestelijke gaven die elk lid dient te gebruiken in een liefdevolle dienst voor het algemeen welzijn van de kerk en de mensheid. De gaven worden gegeven door middel van de heilige Geest, die een ieder in het bijzonder toedeelt gelijk hij wil.

Een van de gaven van de Geest is profetie. Deze gave is een kenmerk van de gemeente der ‘overigen’, en kwam tot uiting in het werk van Ellen G. White. Als gezondene van de Heer vormen haar geschriften een blijvende en gezaghebbende bron van waarheid en verschaffen zij de kerk troost, onderwijs en vermaning.

De belangrijkste grondbeginselen van Gods wet zijn vervat in de Tien Geboden en werden nageleefd in het leven van Christus. Zij zijn een uitdrukking van Gods liefde, zijn wil en zijn bedoelingen ten aanzien van het gedrag en de onderlinge verhoudingen van de mens, en zijn bindend voor alle mensen in alle tijden.

De weldadige Schepper rustte, na de zes scheppingsdagen, op de zevende dag en stelde de sabbat in voor alle mensen als een gedenkteken van de schepping. Het vierde gebod van Gods onveranderlijke wet eist de viering van de sabbat (de zevende dag) als de dag van rust, aanbidding en bediening in overeenstemming met het onderwijs en de gewoonte van Jezus, de Heer van de sabbat.

Wij zijn Gods rentmeesters. Van hem ontvangen wij tijd en mogelijkheden, bekwaamheden en bezit, en de zegeningen van de aarde en haar rijkdommen. Wij zijn aan hem verantwoording schuldig voor het juiste gebruik hiervan.

Wij zijn geroepen om een godvruchtig volk te zijn, dat denkt, voelt en handelt in overeenstemming met de hemelse beginselen. Om de heilige Geest de gelegenheid te geven in ons het karakter van de Heer te herscheppen, wensen wij alleen betrokken te zijn bij die dingen die een christelijke reinheid, gezondheid en vreugde in ons leven tot stand brengen.

Het huwelijk werd in Eden door God ingesteld. Jezus onderstreepte dat het huwelijk een levenslange verbintenis is tussen man en vrouw in liefdevolle kameraadschap. Voor de christen is een huwelijk bindend jegens zowel God als de partner en behoort alleen aangegaan te worden door partners die van hetzelfde geloof zijn.

Er is een heiligdom in de hemel, de ware tabernakel, die de Heer heeft opgericht, en niet een mens. Daarin doet Christus dienst, ons ten goede, en maakt hij de resultaten van zijn zoenoffer, dat eens en voor altijd aan bet kruis is gebracht, beschikbaar voor alle gelovigen.

De wederkomst van Christus is de gezegende hoop van de kerk, de grootste climax van het evangelie. De komst van de Verlosser zal werkelijk, persoonlijk, zichtbaar en wereldomvattend zijn.

Het loon van de zonde is de dood. Maar God, die alleen onsterfelijk is, zal aan de verlosten eeuwig leven verlenen. Tot die dag is de dood voor alle mensen een toestand van onbewust-zijn.

Het millennium is de duizendjarige regering van Christus met zijn heiligen in de hemel tussen de eerste en de tweede opstanding. Gedurende deze periode worden de onrechtvaardige doden geoordeeld; de aarde zal geheel verlaten zijn, zonder levende menselijke bewoners, maar bevolkt door satan en zijn engelen.

Op de nieuwe aarde, waar gerechtigheid woont, zal God een eeuwig tehuis voor de verlosten bieden, en een volmaakt milieu voor eeuwig leven, liefde, vreugde en ontwikkeling in zijn aanwezigheid.